Politiechef Jan van Loosbroek: ‘Als politie zijn wij gebaat bij consistentie’

3 november 2026

Sinds enkele jaren bereidt de Nederlandse politie zich nadrukkelijk voor op de gevolgen van de verslechterde internationale veiligheidssituatie. Het nieuw opgerichte Tactisch Coördinatie Centrum Politie (TCCP-MD) moet de politie in staat stellen hybride en militaire dreigingen het hoofd te bieden en de politietaak uit te blijven voeren bij oplopende spanningen, cyberaanvallen, sabotage en andere pogingen om de samenleving te ontwrichten. Politiechef Jan van Loosbroek benadrukt dat een consistente beleidslijn vanuit het gezag hierbij essentieel is.

“Twee jaar geleden zijn we als politie serieus aan de gang gegaan met de dreiging die vanuit het oosten is gericht op Europa. Daarbij dachten we ook al voorzichtig: wat als artikel 5 van het NAVO-handvest geactiveerd wordt…,” zegt Jan van Loosbroek, politiechef van de Eenheid Limburg. Als politiechef beheert hij in het korpsmanagementteam de portefeuilles Digitale transformatie en Hybride en militaire dreigingen. “In eerste instantie zijn we in de vorm van een crisisstaf gestart. Maar een crisisstaf is bedoeld voor actuele dreigingen zoals een spannende voetbalwedstrijd of dreigende rellen. Dat paste hier eigenlijk niet bij. Daarom hebben we, voor het eerst in de geschiedenis van de politie, een specifiek landelijk hoofdkwartier ingericht in de vorm van het Tactisch Coördinatie Centrum Politie op Militaire Dreigingen (TCCP-MD). Als politie zijn wij goed in ‘handelen in het nu’, Defensie is sterk in ‘voorbereiden op later’. Daarom hielp een kwartiermaker vanuit Defensie ons om vooruit te denken in scenario’s.”

Gereedstellen

Een belangrijke verandering die Van Loosbroek noemt is het, in lijn met Defensie, gebruiken van de term ‘gereedstellen.’ Van Loosbroek: “De term gereedstellen is meer dan het plan op papier hebben. Gereedstellen betekent ook: zorgen dat de politieorganisatie geoefend en getraind is.” De voorbereidingen zijn opgehangen aan een meerjarig scenario dat aansluit bij de NAVO en Defensie, waarbij de periode vanaf 2028 als kritiek wordt gezien in verband met de herstelcapaciteit van Rusland buiten Oekraïne. “Wat we doen is onszelf de tijd gunnen om ons stap voor stap gereed te stellen voor de mogelijk dreigende omstandigheden vanaf 2028.”

Scenario’s

Om de gereedstelling binnen het gehele korps te borgen, heeft elk van de twaalf politie-eenheden, evenals de Politieacademie en het Politiedienstcentrum, een kernteam ingericht, waarvan de voorzitters maandelijks overleggen onder leiding van Van Loosbroek. Er wordt gewerkt aan lange termijn scenario’s, zoals maatregelen rondom grootschalige beveiliging, intelligence en logistieke ondersteuning en aan korte termijn noodprocedures. Bij dat laatste gaat het om het borgen dat de politie-eenheden bij uitval van infrastructuur 72 uur lang zonder stroom, data en mobiele communicatiemiddelen operationeel kunnen doordraaien.

Drones

Van Loosbroek benadrukt dat de politierol bij militaire dreigingen in de kern 'gewoon' politiewerk blijft, maar dan uitgevoerd onder sterk veranderde omstandigheden: "Het gaat eigenlijk om politiewerk in andere omstandigheden. Met of zonder stroom, met of zonder communicatiemiddelen, met meer maatschappelijke onrust of bijvoorbeeld met sabotageacties die de voedselvoorziening stil leggen." Waar het gaat om de dreiging van drones, houdt Van Loosbroek nog een slag om de arm. “Als politie zijn wij de hoeder van de luchtvaartwetgeving; in de lagere luchtlagen zijn wij de partij die moet handhaven. Maar die dreiging van drones gaat best ver en vraagt om een ander type handhaving dan, zeg, bij een op drift geraakte luchtballon. Met de andere veiligheidspartners kijken we wie hier de beste papieren heeft voor de handhaving.”

Consistentie

Daarnaast krijgt de politie specifieke aanvullende taken waarin andere veiligheidsdiensten formeel of praktisch niet kunnen optreden. Zo zorgt de politie bij troepenverplaatsingen van West- naar Oost-Europa voor vrije doorgang op de openbare weg. “Die militaire transporten hebben impact. Daar zijn ook demonstraties en blokkades voorstelbaar.” Goede afstemming met het gezag is dan cruciaal, aldus Van Loosbroek. “Op de openbare weg optreden bij burgerprotesten of wegblokkades is een exclusieve politietaak. Als politie zijn wij, zeg ik maar even kort door de bocht, gebaat bij consistentie. Dus als wij te maken krijgen met 342 verschillende beleidskaders, verdeeld over de verschillende gemeenten, dan wordt het voor ons moeilijk om onze politietaak consistent uit te voeren. Voor ons is het belangrijk dat het bestuur naar voren stapt op dit thema met een consistente beleidslijn en een consistent handelingskader. Dat is voor ons, op dit moment, het belangrijkste issue. Bij de boerenprotesten hebben we recent een mooi initiatief gehad om daar één lijn in te trekken. En wij hopen dat op het thema hybride en militaire dreiging het bestuur proactief met elkaar gaat spreken om te komen tot een pakket aan landelijk afgestemde beleidskaders en handelingskaders.”

Kiezen

Van Loosbroek ziet de samenwerking met de burgemeesters in het land het liefst vormgegeven via centrale afstemming in het LOVP (Landelijk Overleg Veiligheid en Politie), met behoud van lokaal maatwerk. “We moeten er echt met z'n állen voor kiezen dit te doen, want anders heb ik elke vijf kilometer een ander vraagstuk.” Tegelijkertijd hebben de nieuwe taken effect op de normale politietaak-uitvoering. “Het begeleiden van transporten of de bescherming van cruciale objecten, die overigens plaatsvindt via gezamenlijke operaties (joint operations) met Defensie en de Koninklijke Marechaussee (KMar), kan ten koste gaan van andere taken. De vraag is dan: hoe gaan we daarmee om? Over die scenario’s moeten we het met elkaar hebben. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met voetbalwedstrijden als ook ME nodig is langs Host Nation Support routes en grootschalige demonstraties? Of met evenementen? Die dilemma's willen we eigenlijk aan de voorkant besproken hebben.”

Informatiedeling

Een essentieel, maar gevoelig punt is informatiedeling, weet Van Loosbroek, zeker in tijden van dreigingen. Hoe wordt ervoor gezorgd dat bij concrete dreigingen de juiste informatie op de juiste plek terecht komt? Van Loosbroek: “Er wordt nu, ‘as we speak’, met hand en tand gewerkt aan hoe we kunnen ontschotten op het moment dat het nodig is. Wat we niet willen, is wachten tot het spannend wordt en dan vaststellen dat we zaken niet kunnen delen. We bekijken momenteel of we aan de voorkant al afspraken kunnen maken over wat op een beveiligde en nette manier gedeeld kan worden zonder allerhande spelregels te tarten. Meer kan ik er nu niet over zeggen.”

Krachtenbundeling

Gevraagd naar wat Van Loosbroek ziet als grootste knelpunt, zegt hij: “Wat mij betreft is het grootste knelpunt dat we allemaal heel hard op onszelf werken: politie, Defensie, de departementen en de gemeenten. Iedereen is bezig met het eigen puzzelstukje. Als ieder in zijn eigen kolom blijft rondwandelen, dan verliezen wij te veel energie en kruim. Het liefst zou ik een gezamenlijk hoofdkwartier hebben, waarbij we de partijen gewoon live bij elkaar hebben zitten. Met een goede bestuurlijke bovenbouw, waar ook het lokaal bestuur goed in vertegenwoordigd is. Maar tot die tijd hoop ik dat we tot een georganiseerde krachtenbundeling komen, een soort joint operation die deze opgave integraal managet, bestuurlijk en operationeel, met het mandaat van de regioburgemeesters, de NCTV en Defensie. Dat moeten we onszelf toch gunnen op dit onderwerp.”