Bestuurlijke terugkoppeling LOVP 21 september 2026
5 oktober 2026
Het LOVP van 21 september jl. was een regulier LOVP. Er is vooral gesproken over de verdeling van de coalitieakkoordmiddelen over de eenheden, rapporten over opsporing, de Veiligheidsagenda, de bewapening van de ME en het Manifest lokaal gezag. Het was tevens voor burgemeester Van den Tillaar het laatste LOVP als vertegenwoordiger van 100.000- gemeenten. De VNG zal met de inrichting van haar eigen governance weer twee nieuwe burgemeesters voordragen aan de minister om naast de regioburgemeesters zitting te nemen in het LOVP.
Verdeling Coalitieakkoordmiddelen
Met Prinsjesdag is bekend geworden dat het Kabinet voornemens is in de politie te investeren. Het betreft de uitwerking van de begin dit jaar gepresenteerde coalitieakkoordplannen. Van de 462 miljoen euro is er 348 mln euro structureel beschikbaar om structurele tekorten bij de politie op te vangen en zo te zorgen dat de operationele slagkracht van de politie niet geraakt hoeft te worden. De overgebleven 114 mln euro gaat grotendeels naar personele uitbreidingen binnen drie grote thema’s (zie ook onze eerdere nieuwsbrief over Prinsjesdag): agenten in de wijk (196 fte), bestrijding van online criminaliteit (167 fte) en bestrijding van online seksuele misdrijven (61 fte).
De verdeling van deze fte over de landelijke en regionale eenheden lag voor ter bespreking in het LOVP. Daarbij worden de bestuurlijke afspraken nagekomen om voor agenten in de wijk aspiranten (agenten die nog in opleiding zijn en nu nog op de formatie van de regionale eenheden staan) om te zetten naar volwaardig opgeleide agenten in de formatie. Eveneens is gesproken over de verdeling van de overige formatie in het online en zeden domein. De minister besluit uiteindelijk hoe de sterkte verdeeld wordt en maakt dit later bekend.
Opsporing
De Rekenkamer heeft in juni het onderzoek ‘prioritering in de opsporing’ gepubliceerd. Het onderzoek is op meerdere punten kritisch: of de juiste prioriteiten worden gesteld, of daartoe de benodigde informatie beschikbaar is én een oproep wederom tot het splitsen van begrotingsartikel 31 zodat de Kamer beter in haar budgetrecht zou worden voorzien. Vanuit JenV is een bestuurlijke reactie gestuurd in reactie op het rapport, hierin zijn ook de opvattingen van de regioburgemeesters opgenomen. In het LOVP hebben de regioburgemeesters nogmaals benadrukt dat wat hen betreft het splitsen van artikel 31 haaks op de Politiewet staat (rollen in het bestel). Wel vinden zij dat meer inzicht nodig is in welke resultaten met welk budget worden behaald en waar capaciteit op wordt ingezet. Dit moet gepaard gaan met beter verwachtingenmanagement vooraf én een transparante, concrete en tijdige resultaatsverantwoording achteraf. De Minister gaf aan dat er wederom een technische briefing over de politiebegroting aan de Kamer is toegezegd voordat de begrotingsbehandeling van de politie op de Kameragenda staat.
Veiligheidsagenda
Artikel 18 van de Politiewet 2012 stelt dat de minister van Justitie en Veiligheid, gehoord het college van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eenmaal in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen vaststelt ten aanzien van de taakuitvoering van de politie. Hiertoe dient de landelijke Veiligheidsagenda (VA). Belangrijk is dat de VA complementair is aan de lokale veiligheidsplannen, waarmee de ruimte wordt gelaten aan het lokale gezag ten aanzien van de taakuitvoering van de politie. De Veiligheidsagenda is dan ook geen ‘prioriteitenlijst’ voor de politie, maar het zijn thema’s die extra aandacht nodig hebben vanwege bijvoorbeeld hun bovenregionale of specialistische karakter.
De thema’s van de VA 2027-2030 zijn in het LOVP van februari 2026 vastgesteld: online criminaliteit, ondermijning, geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en mensenhandel. De afgelopen maanden zijn de thema’s verder uitgewerkt om tot kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor de jaren 2027-2030 te komen. De minister zendt deze Veiligheidsagenda in de loop van december met het tweede Halfjaarbericht politie naar de Kamer. Intussen wordt een aantal doelstellingen doorvertaald naar regionale doelstellingen, die in de eenheden bestuurlijk geconsulteerd zullen worden en wettelijk onderdeel zijn van de regionale beleidsplannen van politie.
Verkenning bewapening ME
In december 2025 is de politie gestart met twee operationele pilots met aanvullende bewapening voor de ME. Dit betreft de grote bus pepperspray en het toevoegen van traanwater aan de waterwerper. Deze pilots hebben een looptijd van twee jaar. Naast deze twee pilots lopen er nog twee verkenningen naar het gebruik van luchtdrukwapens en markeervloeistof in de waterwerper. Om te komen tot een pilot zijn er drie onderzoeksfasen die worden doorlopen, te weten de verkenning (bureauonderzoek), de technische beproeving en de uiteindelijke pilot. De regioburgemeesters hebben nadrukkelijk om zorgvuldigheid verzocht en het LOVP in de verschillende onderzoeksfasen ook een plek te geven. De politie treedt immers op onder gezag van de burgemeester in veel van deze gevallen. Daarnaast is een juridische analyse besproken waarin bezien is of er sprake kan zijn van mandatering aan de politie voor de inzet van de waterwerper. De regioburgemeesters hebben zich hier eerder reeds tegen uitgesproken. Nu blijkt dat het juridisch ook niet mogelijk is. Wel kan er onder specifieke omstandigheden op de dag zelf een duidelijk inzetkader worden afgesproken met het gezag.
Manifest lokaal gezag
Het Manifest lokaal gezag is geschreven met het oog op het beter in positie brengen van het lokaal gezag binnen het huidige politiebestel. Beoogd wordt de rolzuiverheid van en samenwerking door partijen binnen het bestel te verbeteren en een betere verbinding tussen beheer en gezag, zoals in de wet bedoeld te realiseren. Binnen het manifest zijn 5 punten geprioriteerd en naar actiepunten vertaald. In dit LOVP lag de voortgang op een aantal actiepunten voor en zijn nadere afspraken gemaakt. Zo is de betrokkenheid van de regioburgemeesters in het LOVP bij de verdeling van regeerakkoord middelen beter geborgd en worden zij beter meegenomen in de financiële positie van het politiekorps gedurende het jaar. Ook zijn afspraken gemaakt over hoe (N)SGBO’s van politie beter kunnen aansluiten op het gezag in de driehoek en wat dat betekent voor de taken van een Algemeen Commandant bij politie. Kern is dat deze laatste zich altijd dient te verhouden tot het gezag.
De nieuw afgesproken werkwijzen worden nu door alle betrokken partijen opgepakt en geborgd in de bestaande operationele handleidingen dan wel werkafspraken en/of overlegstructuren.
Tot slot
TOOI
Het onderwerp is in navolging van vorige LOVP’s kort aan bod geweest. De gezamenlijkheid in dit traject is benadrukt, waarbij de focus primair ligt op het zodanig aanpassen van de werkwijzen bij de politie dat men binnen de kaders van de huidige politiewet blijft handelen. De politie gaat daar nu voortvarend mee aan de slag. Mocht blijken dat dit toch niet afdoende werkt en/of de informatiepositie teveel schaadt, dan kan bezien worden of wetgeving een oplossing kan bieden.
Handelingskader externe bijeenkomsten met religieus karakter
De politie heeft kort aangegeven dat zij in het kader van neutraliteit van het politieoptreden een aangescherpt handelingskader heeft gemaakt. Hierin staat dat de politie, in het belang van verbinding met verschillende doelgroepen in de samenleving, blijft deelnemen aan bijeenkomsten waarin religieuze activiteiten en handelingen worden verricht. De politie zal echter stoppen met het zelf organiseren ervan. Interne bijeenkomsten met een religieus karakter – van en voor medewerkers – kunnen wel doorgaan en vallen onder de werkgeversverantwoordelijkheid. De regioburgemeesters hebben onderstreept dat ze het eens zijn met de lijn in het handelingskader die geen onderscheid maakt tussen verschillende soorten religieuze bijeenkomsten.
