‘Het gaat om veel meer dan efficiënter werken’

10 februari 2026

Simon Vermeer over digitale transformatie

Om mee te kunnen gaan in een wereld vol snelle technologische ontwikkelingen en aan te sluiten bij de wereldwijde digitalisering, werkt de politie aan haar eigen digitale transformatie. Een half jaar geleden trad Simon Vermeer toe tot de korpsleiding om deze verandering aan te sturen. ‘De kern is dat we anders gaan werken’.

Simon Vermeer begon zijn carrière als beroepsofficier bij de verbindingsdienst van de landmacht. “Dat was nog echt de tijd van de telecommunicatie, de opkomst van de automatisering en de eerste pc’s.” Hij schoolde zich om tot IT-specialist en werkte twaalf jaar in de commerciële IT-industrie bij Getronics en KPN. Voor zijn overstap naar de politie was hij vijftien jaar werkzaam in de zorg, waarvan tien jaar als verantwoordelijke voor de digitale portefeuille van het Erasmus MC. “Na tien jaar was ik toe aan een nieuwe stap in het publieke domein. Ik hou van IT op het snijvlak met de praktische uitvoering, de ‘operational technology’. Nou, daar hoef je bij de politie niet zo lang naar te zoeken. Ik vind het mooi om in een echte uitvoeringsorganisatie te werken, waarin je ziet dat het werk ertoe doet.”

Mensenorganisatie

Vermeer vertelt dat hij vaak ‘leidinggevende’ opschrijft als hij ergens zijn beroep moet invullen. “Daaruit kun je opmaken dat ik met mensen werk, omdat ik al snel word geassocieerd met technologie, maar je moet het altijd met mensen doen. Dat vind ik ook het leukste aan mijn werk. Tijdens mijn kennismaking met de politie, die prachtig was, zag ik ook goed dat dit echt een mensenorganisatie is.” Hij draaide de eerste twee maanden veel diensten mee. “Ik wilde echt met de wijkagenten mee in de auto, en ook met de boot het water op. Wat dan opvalt is de grote gedrevenheid en motivatie waarmee iedereen zijn werk doet. Ook de grote diversiteit aan activiteiten en de enorme hoeveelheid specialistische kennis die ik aantrof, is indrukwekkend.”

Fundamentele verandering

Als we over de digitale transformatie spreken, benadrukt Vermeer meteen dat dat verder gaat dan digitalisering. “Voor mij is de kern van de digitale transformatie dat we anders gaan werken. Vaak zie je, dat als er voorbeelden van digitale transformatie worden gegeven, die vooral gaan om digitalisering of automatisering. Die moeten er dan voor zorgen dat we het huidige werk efficiënter kunnen doen. Maar eigenlijk gaat het erom, dat we met behulp van technologie onze basis-bedrijfsprocessen zelf veranderen. Simpel voorbeeld: denk aan het kraken van EncroChat en andere versleutelde communicatie-platformen. Dat laat zien dat het werk volledig is veranderd. Waar we vroeger bewijs zochten bij een zaak, zoeken we nu zaken bij het bewijs. We hebben nu feitelijk een voorraad aan bewijs liggen waarin we moeten gaan prioriteren. Het hele proces gaat op de schop. Ook de rechtstatelijkheid van het werk komt hierbij om de hoek kijken; de wetgeving over privacy en ethiek die daarbij hoort. Het gaat dus om veel meer dan efficiënter werken.”

Eigenaarschap

Vermeer legt uit dat de digitale transformatie ook vraagt om een andere manier van organiseren en besturen. “De scheiding tussen de operatie en de IT-ondersteuning verdwijnt; die gaan veel meer door elkaar heen lopen. Het eigenaarschap van systemen, data en technologie komt direct in de operationele lijn te liggen, waardoor operationeel leidinggevenden verantwoordelijk zijn voor hun mensen, maar ook voor hun systemen en data en dus voor de IT-middelen.” De huidige organisatie van de IT is sterk centraal ingericht, weet Vermeer. “Dat zorgde voor meer ‘control’ en grip bij de vorming van één politiekorps. Maar tegelijkertijd zie je daardoor te veel afstand om de IT goed te integreren in de operatie. Daar moeten we de balans in vinden.” Om te voorkomen dat de organisatie grip verliest bij dit nieuwe decentrale eigenaarschap, moeten centrale IT-platformen voor data en applicaties een steeds prominentere rol gaan spelen, legt Vermeer uit. “Dan kun je IT en operatie veel beter vermengen.” De functionele invulling en het bouwen van toepassingen komt dan bij de eenheden zelf te liggen.

Zichtbaarheid

Momenteel wordt gewerkt aan een herziening van de politieorganisatie, aldus Vermeer. De processen bedrijfsvoering, dienstverlening, intelligence en informatievoorziening worden hierbij opnieuw ontworpen. Binnen die trajecten ontstaan soms al door technologie vernieuwde werkprocessen. Te denken valt aan het dienstverleningsproces van intake en opvolging, dat door gebruikmaking van technologie minder afhankelijk is van zaken als kantoortijden en handmatige verwerking. Daarmee kan tijd worden vrijgemaakt voor de zichtbaarheid op straat, aldus Vermeer. “Voor de politie is digitaal zijn geen doel op zich. Wij moeten output leveren als het gaat om veiligheid en hulp aan burgers.” De mogelijkheden maar ook het belang van het gebruik van digitale middelen om het werk anders in te richten zijn groot. Om dit belang van de digitale transformatie te onderstrepen, wijst Vermeer op de ontwikkelingen op middellange termijn. “Alle studies rond de arbeidsmarkt laten zien dat de benodigde mensen er over tien jaar, door aanhoudende krapte, onvoldoende meer zijn. Als we de digitale transformatie niet doorlopen, hebben we over tien jaar een groot operationeel probleem. Digitale transformatie moet helpen dit aanstaande capaciteitsprobleem zoveel mogelijk te dempen. We voeren hierover in het LOVP goede gesprekken.”

Verouderde wetgeving

Een ander belangrijk vraagstuk dat met de digitale transformatie gepaard gaat, is wet- en regelgeving. “Ik had niet verwacht dat ik daar in mijn eerste half jaar zo nadrukkelijk mee geconfronteerd zou worden”, zegt Vermeer. “Er staat een enorme spanning op de kwaliteit van wetgeving als het gaat over moderne technologie en de toepassing daarvan. Er is steeds meer data beschikbaar over mensen en de druk om al die data in te zetten is groot. Maar dat mag alleen als daar een wettelijke basis voor is. Wetgeving is echter traag; we hebben bijvoorbeeld een wetboek van strafvordering van (precies) honderd jaar oud. De wetgeving stamt dus uit de tijd dat de moderne technologie nog niet bestond. Dan krijg je te maken met interpretatie.” Volgens Vermeer is de roep om precies in wet- en regelgeving vast te leggen welke technologie op welke wijze mag worden toegepast, onwenselijk. “Het tempo van wetgeving blijft simpelweg veel te ver achter bij de snelheid van de technologische ontwikkelingen.”

Checks and balances

Vermeer pleit voor generieke wetgeving met open normen. De verantwoording loopt dan niet alleen via de letter van de wet, maar ook via een systeem van ‘checks and balances’ er omheen. Dit wordt gevormd samen met partners zoals het openbaar ministerie, de burgemeesters en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Binnen de kring wordt steeds naar een gedegen interpretatie van de open normen of algemene wettelijke kaders gezocht, maar wordt ook de fundamentele vraag ‘moeten we dit willen?’ gesteld. Ook als technologie binnen de juridische 'vangrails' valt, moeten de partners samen beslissen of de inzet maatschappelijk wenselijk is. Dit omvat ook het inzetten van onafhankelijk toezicht en interne controles, bijvoorbeeld om de transparantie bij algoritmes te garanderen. Vermeer is optimistisch over dit systeem. “Kijkend naar de casussen die ik de afgelopen maanden op mijn bureau heb gehad, ben ik echt onder de indruk geraakt hoe hard iedereen zijn best doet om dit, bij het ontbreken van adequate wetgeving als het gaat om inzet van technologie, te organiseren.”

Vertrouwen

Tot slot stelt Vermeer dat bestuurlijk draagvlak onmisbaar is. De politie moet immers niet eigenstandig over ethische grenzen beslissen. De partners fungeren mede als bestuurlijk en ethisch kompas. Bovendien is samenwerking ook essentieel omdat de burgemeesters en officieren van justitie het gezag dragen over de inzet van de politie. “Als je je dienstverleningsconcepten fundamenteel wilt veranderen, moeten we dat samen doen. We moeten het niet alleen hebben over het al dan niet open houden van een bureau, maar over wat we samen willen bereiken. Hoe we technologie verstandig inzetten gezien de ontwikkelingen op technologisch en maatschappelijk gebied. En over of we daar met zijn allen achter staan en of dat past binnen de visie van het lokaal gezag. Ik vond het positief om te merken dat men in LOVP verband daarvoor ontvankelijk was en dat we daar het open gesprek over kunnen voeren. Ik heb er alle vertrouwen in dat we daarover een open en constructief gesprek blijven voeren.”