Ondermijnende criminaliteit

Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Voorbeelden zijn burgers of bedrijven die  crimineel geld witwassen of frauderen met vastgoed, overheidssubsidies of aandelen, wietplantages op zolder, XTC-labs in woonwijken. Vaak ligt er een link met zaken als cybercrime, drugshandel en mensenhandel. Bij ondermijnende criminaliteit is meestal sprake van verwevenheid van onderwereld en bovenwereld. Legale structuren worden gebruikt voor illegale activiteiten. Dit onderwerp wordt regelmatig door de regioburgemeesters met de minister van Justitie en Veiligheid besproken in het LOVP.

Ondermijnende criminaliteit is niet altijd zichtbaar, maar heeft wel zichtbare gevolgen voor de Nederlandse burger. Verloedering op straat, verwaarlozing van panden, mensenhandel, drugshandel en afpersing leiden tot problemen in de maatschappij. Ook zorgt deze vorm van criminaliteit voor aantasting van het rechtsgevoel en aantasting van de rechtstaat en zijn instituties.

De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid en een integrale aanpak. De integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit is gericht op de inzet van preventieve, bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke, fiscale en/of strafrechtelijke instrumenten. Wanneer de strafrechtelijke opsporing en vervolging door politie en justitie gecombineerd wordt met bestuurlijke en fiscale middelen, ontstaat de meest effectieve vorm van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit: de integrale aanpak. Deze aanpak krijgt vooral op regionaal niveau vorm. Verschillende partijen zoals gemeente, provincie, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten, gaan op basis van gelijkwaardigheid, een intensieve samenwerking met elkaar aan. De ene keer zal dat leiden tot bestuurlijk, de andere keer tot strafrechtelijk optreden. Een bestuurlijke aanpak houdt in dat het openbaar bestuur maatregelen neemt die de georganiseerde criminaliteit in de activiteiten belemmeren of frustreren via bestuursrechtelijke weg. Bijvoorbeeld door het stopzetten van subsidies of toepassen van BIBOB onderzoeken om vergunningen te weigeren. Ook het aangaan van samenwerkingen met maatschappelijke partijen (burgers en bedrijven) is uitdrukkelijk onderdeel van een integrale aanpak. Er zijn in Nederland tien Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC's) en één Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC) ingericht die de integrale en de bestuurlijke aanpak van ondermijning ondersteunen.

Versterking van de aanpak en wetgeving

In het LOVP van 12 december 2016 is ingestemd met een gezamenlijke toekomstagenda ondermijning (pdf, 1.2 MB). Deze toekomstagenda moet bijdragen aan een versteviging van de aanpak van ondermijning in de regio’s, gefaciliteerd en ondersteund door het Rijk en de landelijke partners. Nadere wetgeving is daarvoor een randvoorwaarde, bijvoorbeeld om informatiedeling gemakkelijker te maken.

De (regio)burgemeesters hebben in mei 2017 op verzoek van de minister een groslijst van wetgevingswensen aangedragen bij de minister (zie brief (pdf, 83 kB) en groslijst (pdf, 298 kB)). In september 2017 hebben de regioburgemeesters in het LOVP de minister een ‘proeve van wetgeving (pdf, 537 kB)’ overhandigd waarin zij een aantal concrete suggesties doen voor aanpassing van wetgeving. In de proeve worden voorstellen gedaan om informatiedeling binnen de gemeente en tussen gemeenten en andere partijen goed juridisch te borgen. Daarnaast worden er voorstellen gedaan ter verbetering van de aanpak van ondermijning. De suggesties komen voort vanuit de gemeentelijke praktijk.

De minister werkt inmiddels aan een wetgevingsagenda. Zo is begin juli 2018 het wetsvoorstel gegevensverwerking samenwerkingsverbanden in consultatie gegaan. Hierdoor krijgen de diverse overheidspartijen meer mogelijkheden om informatie en kennis te delen in de aanpak ondermijnende criminaliteit.

Verder wil de minister de sluitingsbevoegdheid van panden voor burgemeesters uitbreiden. In de Opiumwet is al geregeld dat een burgemeesters een pand kan sluiten wegens de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs. In de Eerste Kamer ligt een wetsvoorstel om dit ook mogelijk te maken bij strafbare voorbereidingshandelingen voor drugshandel en -productie. De minister wil burgemeesters tevens de mogelijkheid geven om een pand te sluiten zodra er wapens zijn aangetroffen. Regioburgemeesters hebben daarnaast, ondersteund door de VNG, aangegeven dat ook het delen van informatie tussen gemeentelijke diensten vergemakkelijkt moet worden. De minister heeft aangekondigd dat hij hierover advies zal vragen aan de Raad van State. 

Versterking van de aanpak en extra financiële middelen

Het huidige Kabinet heeft in het regeerakkoord extra geld uitgetrokken voor de aanpak: een incidenteel ondermijningsfonds van 100 miljoen euro en structureel extra investeringen van 5 miljoen euro in 2018, oplopend naar 10 miljoen euro vanaf 2019.

Om tot een goede verdeling van de 100 miljoen euro uit het ondermijningsfonds te komen heeft de minister de regio’s en betrokken landelijke partners - zoals de politie, het OM en de Belastingdienst - gevraagd wat nodig is voor een versterking van de aanpak van ondermijnende criminaliteit. De professionals ter plaatse weten lokaal het beste wat er moet gebeuren om de aanpak te versterken.Er komt circa 85 miljoen euro beschikbaar voor 10 meerjarige regionale plannen en 15 miljoen euro voor versterking op landelijk niveau. 

Reactie plannen ‘Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit’ (oktober 2019)

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in oktober 2019 nam de Tweede Kamer de motie aan van de Kamerleden Heerma en Dijkhoff om te komen tot een landelijk team dat de aanpak van ondermijnende criminaliteit moet intensiveren.

Op 18 oktober stuurde het Kabinet haar plannen aan de Kamer onder de noemer ‘Breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit’.

In onze brief van 29 oktober reageren de regioburgemeesters en de VNG op deze plannen. De belangrijkste punten uit onze reactie zijn:

  1. dat in de plannen helaas niets over geld en omvang te lezen is;
  2. dat structurele inzet gepaard moet gaan met structureel extra geld en menskracht;
  3. dat de verbinding met de regionale en lokale aanpak gelegd moet worden, zodat men elkaar versterkt en elkaar niet in de aanpak in de wielen rijdt;
  4. dat de capaciteit voor een dergelijk team niet uit de eenheden getrokken moet worden, omdat men juist daar ook met een intensivering van de aanpak bezig is;
  5. dat de voorgestelde preventieve lijn (wijkenaanpak) veel meer vanuit lokaal perspectief moet worden vormgegeven;
  6. dat dit team niet in de plaats kan komen van de ontwikkelingen die in gang zijn gezet in de regio’s met behulp van het ondermijningsfonds. Met andere woorden: het geld uit dit ondermijningsfonds moet structureel gemaakt worden, zodat deze regionale intensivering niet op zal houden te bestaan.

Motie Heerma/Dijkhoff over inrichten van een interventieteam ondermijning (19 september 2019)

Plannen Kabinet 'Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit’:

Kamerbrief over Extra investering ter verlichting van de basispolitiezorg (20 november 2019)

Reactie regioburgemeesters en VNG op de Kabinetsplannen (28 oktober 2019)

Brief van de Regioburgemeesters aan Ministerie van JenV over bewaken en beveiligen (11 oktober 2019)

Brief Regioburgemeesters aan de Leden van de Tweede Kamer reactie op motie 19 september (24 september 2019)

 

Meer informatie

Links